Featured post
design-photoshop-small

New album release: Piano & Guitar, Vol. I

A new album is released: Piano & Guitar, Vol. I.

Where the previously released album (2meetu) in July 2016 had a distinctive electronic sound, the P&G album contains a more pop rock oriented direction. As the title indicates, the guitar and piano are omnipresent and the arrangement of the songs is build around the acoustic piano and acoustic and electric guitars.

The P&G album became like a time travel through Ewald’s favourite music styles and influences from the past and present.Each of the tracks on the album can be linked to these influences. The album opener ‘Early in the Morning’ sounds like a recording session for Paul McCartney’s 1971 album Ram, while another track ‘Down on the Ground’ breathes a production style from the Beatles AD 1969, when they recorded their swing song album Abbey Road. But the influences certainly do not stop there. Varying from Beach Boys (‘It Doesn’t Take a Scientist’) to a string of jazz and latin influenced tracks (‘When’, ‘That Initial Moment’, ‘Young & Beautiful Lovers’). ‘When’ is actually the finishing of a demo that Ewald already recorded in 1984 and in its chord progression and structure references to the music of Antonio Carlos Jobim. The other tracks on the album were mainly recorded in the summer and autumn of 2016, with the exception of ‘October’ and ‘That Initial Moment’ that were both recorded earlier (in 2013).

‘Lady Blue’ is a multi layered instrumental track that hits off with Asian inspired percussion theme, gradually transforming into a soundtrack like theme (think the music of Ennio Morricone) and then to morph into a mysterious, psychedelic last episode. ‘Mam’ is like a playful, simple interlude, an introduction to what can be considered the center piece of the album, the epic ‘Ride Along The Stars’. After the vocal first part, the track is for the second half instrumental offering the listener a multitude of different instrumental themes before the fading containing a double, improvised solo guitar. The sparse use of Mellotron in the song contributes to its mysterious and psychedelic qualities. As a counter weight to ‘Ride Along the Stars’ the album’s final track is a simple and elegant ballad. ‘Believe in Me’ contains the bare basics of piano, vocal and some sparse cello.

On Spotify:

Also available on Apple Music.

 

Na de VAR en Wet DBA

Na enige maanden van chaotische toestanden rondom de Wet DBA heeft minister Wiebes geconcludeerd dat deze wetgeving te veel lacunes kent en het niet zo handig is om definities uit de Arbeidswet van 1907 in de 21e eeuw toe te passen. Er is, met de kamerverkiezingen in maart 2017 in het vooruitzicht, nu ieder geval hoop dat de positie van de ZZP-ers op termijn duidelijk geregeld gaat worden in nieuwe wetgeving die de Wet DBA vervangt. In dit artikel een korte terugblik en suggesties hoe de positie van ZZP-ers én werknemers duidelijker geregeld kan worden.

De afgelopen decennia zijn er grote veranderingen opgetreden in de wijze waarop arbeidsrelaties tot stand komen. Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden er in Nederland grote industriële en dienstverlenende conglomeraten die voor een aanzienlijk deel voor de binnenlandse werkgelegenheid zorgden. Anderzijds verzorgden het vanouds aanwezige klein- en middenbedrijf en overheidsorganisaties in de resterende vraag naar arbeidspotentieel.

Vrijwel alle arbeidsrelaties hadden tot de jaren ’80 als gemeenschappelijk kenmerk dat zij waren gebaseerd op een lange en stabiele relatie tussen werkgever en werknemer. De werknemer koos voor een carrière bij dezelfde werknemer en carrière switches waren afwezig of uiterst beperkt. Je begon na opleiding of studie bij een ‘baas’ en vaak beëindigde je bij diezelfde baas ook je loopbaan. De overheid zorgde voor een vangnet, indien er fricties of wijzigingen in de arbeidsrelaties optraden (ontslag, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioen). In dit model was er een grote zekerheid en stabiliteit ten aanzien van inkomsten uit premieheffing voor volksverzekeringen en pensioenen bij werkgevers en werknemers.

Vanaf de jaren ’80 kwamen er kenteringen in deze stabiele verhoudingen tussen werknemer en werkgever. De werknemer begon een meer zelfstandige en zelfbewustere positie in te nemen ten opzichte van de werkgever. Naast het ‘jobhoppen’, was de opkomst van de ZZP-er een illustratie van een nieuwe hang naar grotere zelfstandigheid, flexibiliteit en zelfbewustzijn. Een ZZP-er zorgde zelf voor zijn opdrachten en dopte zijn eigen boontjes aangaande verzekeringen en pensioen. De overheid stimuleerde aanvankelijk de keuze voor het zelfstandig ondernemerschap ook actief door middel van gunstige fiscale regelingen zoals startersaftrek, zelfstandigenaftrek en fiscale oudedagsreserve.

Werkgevers zagen op den duur ook de voordelen van deze ontwikkeling en werden actief ondersteund door de overheid. Niet alleen werden flexcontracten of tijdelijke dienstverbanden gemeengoed, in bepaalde bedrijfstakken (zelfs binnen de overheid) werden werknemers zelfs aangemoedigd om ZZP-er te worden om vervolgens weer ingehuurd te worden door de werkgever. Voor de werkgever waren aan dergelijke constructies voordelen verbonden, zoals de afnemende belastingdruk van arbeidsgerelateerde verzekeringen en een zwakkere arbeidsrechtelijke positie ten opzichte van een werknemer, die een vast dienstverband had met de werkgever. Het begrip ‘schijnzelfstandige’ deed zijn intrede en werd door politici en maatschappelijke instanties bestempeld als een slachtoffer van de doorgeslagen flexibiliteit in de arbeidsrelaties. De politiek begon na te denken over maatregelen om hier verandering in aan te brengen.

Bovenstaand stukje context en achtergrond dient ter illustratie om aan te tonen, dat de overheid met de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) een ‘one size fits all’ aanpak probeerde te introduceren voor de ZZP-er, terwijl ZZP-ers om zeer uiteenlopende redenen voor het ondernemerschap kozen. Voor de meerderheid was het een weloverwogen keuze, voor andere ZZP-ers was het een manier om bij de werkgever aan de slag te kunnen blijven. In de nieuwe wetgeving poogde de overheid door middel van het toetsen van modelovereenkomsten grip te krijgen op de relatie tussen werkgever/ opdrachtgever en werknemer/ opdrachtnemer. De Belastingdienst zou het uitvoerend orgaan van deze toetsing worden. Indien op basis van de modelovereenkomst beoordeeld zou worden, dat er geen sprake is van een relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, maar tussen een werkgever en een werknemer, dan zou de werkgever/opdrachtgever ‘beboet’ worden en alsnog premies voor sociale voorzieningen dienen af te dragen.

Er was al gelijk onduidelijkheid over hoe de Belastingdienst een dergelijk wetgeving dacht te gaan uitvoeren en controleren. Er zijn inmiddels al meer dan een 1.000.000 ZZP-ers (waarvan in het verleden 500.000 VAR verklaringen werden verstrekt), die op jaarbasis een nog grotere hoeveelheid overeenkomsten afsluiten. Het grote manco van de Wet DBA was dat het ondoorzichtig bleef wat de werkelijke gronden voor toetsing zouden worden. Zoals iemand dat uitdrukte: de snelweg werd vrijgegeven, maar achteraf werd bepaald hoe hard je zou mogen rijden.

Als snel leidde de Wet DBA tot ophef en onrust, het vertrouwen in de markt begon weg te vallen. Opdrachtgevers kregen koudwatervrees bij verlengen of afsluiten van nieuwe contracten met ZZP-ers. Toen recentelijk ook de werkgeversorganisatie VNO-NCW overstag ging en constateerde dat de Wet DBA een onding was, werd feitelijk het lot van de wet bezegeld. Het meest realistische scenario lijkt nu dat na een nieuwe regering na maart 2017 met nieuwe wetgeving zal komen.

Omdat een aanzienlijk deel van de Nederlandse werkgelegenheid wordt vervuld door ZZP-ers heeft dit de nodige impact op het eerder beschreven systeem van sociale vangnet en het pensioenstelsel. Premie-inkomsten om sociale regelingen te bekostigen en het pensioenstelsel op peil te houden zullen verminderen. De Wet DBA leek dan ook (indirect) een poging om de klok weer terug te draaien om een verouderd model van arbeidsverhoudingen te doen herleven. Flexibilisering van de arbeidsmarkt en ZZP-schap gaan simpelweg niet samen met een stelsel van verplichte winkelnering aangaande sociale en pensioenvoorzieningen.

Nu er dus op termijn waarschijnlijk nieuwe wetgeving zal komen, die niet meer gebaseerd zal zijn op de verouderde Arbeidswet, liggen wat mij betreft een aantal maatregelen voor de hand die een oplossing bieden voor het voorkomen van ‘schijnzelfstandigheid’. Op de eerste plaats ligt de-fiscalisering voor de ZZP-er het meest voor de hand. Dat betekent dat de ZZP-er geen (of veel minder snel) aanspraak kan maken op fiscale regelingen zoals de FOR, investeringsaftrek, startersaftrek en zelfstandigenaftrek. Dit verhoogt de drempel naar het zelfstandig ondernemerschap en voorkomt ook dat ‘geloosde’ werknemers via een achterdeur weer terug kunnen komen als schijnzelfstandige (een methode die Wiebes nota bene bij zijn eigen Belastingdienst toestond). Voor de werknemers in loondienst zullen er ook aanzienlijke veranderingen doorgevoerd dienen te worden. Zij zullen een veel grotere keuzevrijheid moeten gaan krijgen ten aanzien van de invulling arbeid gerelateerde verzekeringen en de wijze waarop zij willen voorzien in de vorming van hun pensioen. Dat zal grote consequenties hebben voor pensioenorganisaties en premie innende organisaties. Om de huidige vastgelopen verhoudingen op de arbeidsmarkt te normaliseren is er geen andere weg om deze organisaties drastisch te hervormen en hun taken veel beter af te stemmen op de behoeften en wensen van de moderne werknemer. Ook zullen de hervormingen voor de werknemer er aan gaan bijdragen dat de stap naar een ZZP-bestaan veel minder aantrekkelijk en vanzelfsprekend wordt.

De ZZP-er krijgt voor het inleveren van zijn fiscale voordelen er dan wél voor terug dat hij met rust gelaten wordt door de overheid. Deze bemoeit zich niet meer met de afspraken die de ZZP-er maakt met zijn opdrachtgever(s). De voorgestelde maatregelen leiden ertoe dat de overheid verlost wordt van een complexe, onuitvoerbare en tot willekeur leidende wetgeving, die tot toenemende frustraties, irritaties en gespannen verhoudingen op de arbeidsmarkt hebben geleid.

seikilos1b

Music

Why does music play such a significant role in our lives? Do we know anyone who does not like music to some extent?

As humans we were blessed with the gift of creating, performing and passively enjoying music and are the only creatures on this planet who have all these capacities. As long as man inhabited this world he created music. Through scientific research we know that music is a powerful tool in the development of a child’s brain and the brain in general. Music is an important means to identify you as a human, especially when you are in adolescent age. Music can play an important aspect to determine the social group you want to be part of.

Music can give us consolation remembering past time experiences, our beloved ones or special occasions in our lives. Music can make us relaxed or make us aroused and lift up our spirits. Music brings us together and music makes us dance. Mathematicians have dealt with music because music and sound are bound to the laws of nature and therefor is a grateful subject for mathematicians since the days of the Greek and Roman physicians in Antiquity.

For musicians music can be a means to seek popularity. Or even look for a larger than life perspective, especially since mankind discovered ways to annotate and record music, so music could be reproduced for future performances Those could take place long after its creator had deceased. Yet music is -like all forms of art- vulnerable and each generation creates its own music hoping it will stay relevant. Those chances are unfortunately minimal: we only have to look back at our own history to know that music recorded in the 1930s through 1980s is probably relatively unknown to most of the audience that nowadays listen to music. If we travel back further in time we find that only a handful of the compositions of composers from the Middle Ages and Modern Age are still being performed and listened to in our time (think Bach, Mozart, Beethoven and the likes). Music created before that time is practically lost to us, although there are a few exceptions.

When the industrial and scientific revolution in Europe boomed at the end of the 18th century it also had a profound impact on composers, musicians and the way the listener experience music. Composers of music no longer needed to make their income from physical performances but could arrange their compositions for sheet music. Musicians from anywhere could buy those sheet music and perform the music without ever having heard the original from the composer. Early on in the 20th century new possibilities became available that even would take the reproduction music to a new level. Music could now be recorded and reproduced. First through the use of mechanical reproduction vinyl, later through digital media like the CD and in our current era through the use of streaming media.

On a personal level I always had a great interest in sound and music, an interest that went beyond that of the average interested musician or listener. As a young person I mastered different instruments like flute, piano and guitar. Meanwhile I discovered I found it more interesting to record the results of music making than to play music together with other musicians or to perform live. Over the years I always felt intrigued and inspired by how instruments sound, from the most simple percussion instruments to complex electronic instruments (and everything in between). Some of my favorite sounding instruments are: the gamelan, the dulcimer, pipe organ, celesta, Moog and Oberheim synthesizer.

So I developed an interest in creating and recording music. Composing and recording music is a strange process. It is difficult to express how and why ideas emerge and why some ideas grow into a composition and other ideas land on a shelf or worse, are forgotten over time. I save most ideas like making a notation that come to mind. Those ideas come from playing some piano chords or noodling on a guitar, but also riding on my bike is good for inspiration. At a certain point I decide that an idea is interesting enough to invest more time into it. When the time comes to record the music it is also a bit strange process. Sometimes things fall easily into place, sometimes you can struggle for weeks to ‘get it right’. What this ‘get it right’ exactly means is difficult to say but it has something to do with reaching a point where you find your composition and recording is ‘like it should be’ and can be considered finished.

Recently I finished a new album ‘Piano and Guitar, Vol. I’. It means to me that I return to these instruments and rely less on electronic instruments. You can listen to my new album on Spotify