Author Archives: Ewald Kegel

‘It’s the ideology, stupid!’ een model voor de ideologische sturing binnen een politieke partij

Begin 2018 hield ik mij met de vraag bezig hoe een ideologie binnen een (beginnende) politieke partij het best georganiseerd zou kunnen worden. Een beginnende politieke partij bruist van energie en daarmee van allerlei idealen, maar wordt al vrij snel -na een succesvolle start up-  gevormd door mensen die elkaar nog niet kennen. Ze komen met verschillende ideeën  een partij binnen of ontwikkelen nieuwe inzichten, al dan niet door een confrontatie van de idealen met een meer weerbarstiger politieke realiteit. Een politieke partij staat dan voor de uitdaging om de eenheid naar de buitenwereld te bewaren. Daar zijn twee redenen voor: een beginnende politieke partij zal als een bedreiging voor de bestaande elite met aanpalende instituties worden ervaren. Deze instituties -met name de mediatak- zal proberen om verschillen in ideologie te benutten om verdeeldheid binnen de jonge partij te veroorzaken. Door deze verschillen kan het zijn dat de partij verzwakt of zelfs uiteen valt. Het doel is dan bereikt voor de zittende elite en het gevaar van de nieuwkomer bezworen. De tweede reden is dat potentiële kiezers afhaken omdat een eerder duidelijk standpunt verwatert of zelfs een tegengestelde positie wordt ingenomen, waardoor de kiezer teleurgesteld afhaakt. Indien de ideologie onduidelijk is kan dit leiden tot dubbel(zinnig)e boodschappen naar de buitenwereld. Dit komt minimaal de geloofwaardigheid van de partij niet ten goede en in het slechtste geval leidt het tot interne spanningen en botsingen van fracties binnen de partij, die een verschillend inzicht hebben ten aanzien van een onderwerp/ standpunt.

Helaas wordt de term ideologie vaak geassocieerd met duistere politieke stromingen. Dit is zeer ten onrechte want het politieke fundament van een partij berust op een ideologie. Politiek kan niet anders georganiseerd zijn dan binnen een wereld van ideeën en standpunten waarvoor de politieke partij zich wenst in te zetten om deze te realiseren of in stand te houden. Indien een ideologie ontbreekt dan ontbreekt het politieke fundament. Een politieke partij kan zeker niet bestaan van het inschakelen van reclamebureaus, spin doctors en media experts om de idelogie van een partij te bedenken. Dat zou impliceren dat er iets grondig mis is met het bestaansrecht van een dergelijke partij en de overweging zou zelfs gemaakt moeten worden om tot opheffing over te gaan, hoewel de verleiding van het in stand houden van machtsposities vaak aantrekkelijker is. Uiteraard kunnen instanties als marketing bureaus ingeschakeld worden om te bepalen hoe de ideologische boodschap over het voetlicht gebracht wordt, maar nooit kunnen ze de ideologie van de partij zelf vaststellen of bedenken.

Een ideologie is geen statisch frame in de tijd en zal in de loop der tijd onder invloed van interne en externe factoren aan veranderingen onderhevig zijn. Om een ideologie van een partij te visualiseren kan gedacht worden aan een model waarbinnen langs concentrische cirkellijnen in de kern de harde en onwrikbare waarden van de partij ideologie staan (de raison d’être). In de meer naar buiten gelegen ringen kunnen de onderwerpen en standpunten vermeld zijn die in de tijd vaker aan verandering onderhevig zijn. Een voorbeeld van een standpunt in de kern is “Natie is/blijft een soevereine staat“. Dit zal leiden tot afgeleide standpunten op economisch gebied als “voeren van een eigen munteenheid” of op juridisch gebied “niet accepteren vreemde wetgeving van derden, tenzij expliciet goedgekeurd langs de lijnen van democratisch proces“.

 

Binnen een politieke partij wordt een duidelijk proces gedefinieerd langs welke lijnen het proces van onderhoud en vernieuwing van de ideologie verloopt, alsmede de wijze waarop de partij denkt de ideeën te realiseren of in stand denkt te houden. De inrichting van een dergelijk model biedt voor de politieke partij aanvullende voordelen: de betrokkenheid van de leden van de partij wordt vergroot omdat men op basis van expertise inbreng kan leveren op onderwerp(en). En deze betrokkenheid zal leiden tot beïnvloeding van de omgeving door degenen met de expertise: men zal -bijna op natuurlijke wijze- zich actief willen inzetten om de resultaten van de expertise inbreng ook daadwerkelijk van politiek idee tot tastbaar resultaat te brengen (al dan niet binnen een maatschappelijke functie die men op dat moment vervult).

Uit een ideologisch standpunt volgt de vraag hoe bepaalde standpunten gerealiseerd dan wel in stand gehouden dienen te worden. Daarmee komen we op het terrein van de verkiezingen en de bijbehorende campagnes: hét moment waarop de ideologie aan de kiezers gepresenteerd kan worden. Een consistent samengestelde ideologie biedt het voordeel dat in de voorbereiding op politieke campagnes de ideologie snel en eenvoudig geplot kan worden op de specifieke behoeften die specifieke politieke vraagstukken (landelijk/regionaal/plaatselijk) op dat moment vragen.

Een duidelijke flow van hoe het proces van ideologische dynamiek geregeld is, biedt het voordeel dat er een model is hoe het interne gedachteproces verloopt en wie uiteindelijke welke beslissingen neemt.

Binnen een politieke partij zijn de leden op verschillende manieren actief en vervullen daarmee  verschillende rollen in het politieke spectrum van de ideologie.

  • prominenten, de vertegenwoordigers van de partij in publieke functies (de gezichten van de partij), zij zijn over het algemeen degenen die de ideologie communiceren aan de buitenwereld en aanspreekbaar op vragen over de ideologie;
  • experts, degenen binnen de partij die op een bepaald onderwerp gespecialiseerde kennis bezitten en daarmee inbreng leveren aan het ideologisch kader van een partij; een expert kan zeker ook een prominent zijn. Het verdient aanbeveling om expertise binnen de partij te clusteren in expertise-groepen, dat zal uiteindelijk ook de slagvaardigheid in het realiseren van standpunten bespoedigen, de ideologische eenheid bevorderen en er zal een belangrijke neveneffect ontstaan: de vorming van een expertise netwerk dat tot beïnvloeding van maatschappelijke processen kan leiden;
  • contribuanten, degenen die een financiële bijdrage doen, vrijwiliigerswerk verrichten en/of op politieke bijeenkomsten hun mening ventileren. Over het algemeen hebben zij een minder zichtbare en pro-actieve rol binnen een politieke partij. Wel kunnen zij een grote rol spelen bij het overdragen van de idelogie in de dagelijkse maatschappelijke contacten en relaties in privé en zakelijke sfeer.

Ideologie office(r)

Een ideologie office(r) kan het proces van de informatie flow op een correcte manier sturen binnen de politiek partij. Een ideologie office bedenkt zelf geen ideologie, maar kanaliseert input vanuit de verschillende instanties binnen de politieke partij (bestuur, wetenschappelijk instituut, experts en/of expert-groepen, eventuele  speciale doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren) en degenen die zich met communicatie en voorlichting bezig houden.

Een ideologie officer draagt bij aan de interne eenheid van de partij en aan duidelijkheid hoe een ieder zijn bijdrage aan het ideologisch kader kan leveren. Naar de buitenwereld (kiezers, andere politieke partijen) is de partij in staat om een duidelijk en consistent beeld te geven van waar men voor staat.

Een ideologie officer heeft geen rechtstreekse taken naar de buitenwereld. Dat wordt door de media en voorlichting-afdeling van de partij verzorgd al dan niet in samenwerking met eerder genoemde reclame en/of marketing bureaus. Politieke prominenten zijn het gezicht naar de buitenwereld en vormen de spreekbuis aangaande het ideologische gedachtegoed van de partij.

Hieronder staat één en ander gepresenteerd in een mogelijke opzet waarbinnen een Ideologie Office de informatiestromen in goede banen leidt. In de afbeelding staan nog twee instituties benoemd die nog niet eerder in dit artikel zijn vermeld.

Het bestuur van de politieke partij is de eindverantwoordelijke inzake de bewaking en vaststelling van het ideologisch kader. De ideologie officer is dan ook een belangrijk input kanaal voor het bestuur. Hij zorgt ervoor dat het bestuur beslissingen kan nemen en geïnformeerd blijft over de ontwikkelingen.

Het wetenschappelijk bureau fungeert als denk tank voor de politieke partij en houdt zich met name bezig met de strategische lange-termijn visie van de politiek partij. De betrokkenheid bij de ideologische ontwikkeling kan zich op volgende manieren manifesteren. Het wetenschappelijk bureau is de broeiplaats voor nieuwe, onconventionele ideeën die nog niet bewezen hebben tot een daadwerkelijke inbedding in het ideologisch kader te hebben geleid. De uitkomsten van deze broeiplaats kunnen via de ideologie officer geleid worden naar de experts ter beoordeling en weging op praktische haalbaarheid en toepassing. Op de tweede plaats kan het wetenschappelijk bureau een rol spelen in het toetsen van ideologische voorstellen die vanuit de experts naar voren komen. Het wetenschappelijk bureau kan dan het bestuur adviseren over de voorstellen vanuit de experts.

Het bovenstaande model is puur gebaseerd op een idee en nooit daadwerkelijk bij een politieke partij geïmplementeerd.

 

 

 

 

De rampzalige gevolgen van het ECB-rentebeleid  

Deze post is een reactie op een column van Coen Teulings, die recentelijk in het FD verscheen. Teulings concludeert dat het ECB-rentebeleid van Draghi de juiste keuze was, ondanks de beschuldigingen vanuit de financiële pers, dat het om diefstal zou gaan. In het slot van zijn betoog volgt een niet onderbouwde gevolgtrekking dat zulke kritiek de weg vrij zou maken voor gevaarlijke ideeën als een uittocht uit de Europese Unie. 

Echter het tegenovergestelde is het geval: het door Draghi gevoerde ECB-rentebeleid heeft een desastreuze invloed gehad op de economische situatie van de Euro zone in algemeen en voor Nederland in het bijzonder. Sinds de invoering van een rentebeleid gebaseerd op een rente rond de 0-lijn, met een daaraan gekoppeld beleid van ongelimiteerde creatie van euro’s om schulden op te kopen (quantitave easing of QE) zijn de resultaten daarvan zodanig dat de EU burgers in een onzekere situatie zijn beland.

Waar het gaat om de ontwikkeling van inkomen versus de kosten van levensonderhoud, de mogelijkheden om een zinvol en economisch rendabel lange termijnbeleid te voeren (low time preference), al dan niet uitbesteed aan instanties als pensioenfondsen.

Doordat de rente op spaargelden door het ECB-beleid tot nihil is gedaald, heeft dit de praktische consequentie dat het traditionele sparen een zinloze aangelegenheid is geworden. Het niveau van de inflatie ligt hoger dan de renteopbrengsten waardoor ingeteerd wordt op het gespaarde vermogen en doelloos op een bankrekening wordt geparkeerd. De psychologische consequenties voor hardwerkende en goedwillende burgers zijn nog dramatischer dan de financiële. Om het vermogen in ieder geval de inflatie en belasting op vermogen te verslaan, dient gekozen te worden voor risicovollere en speculatievere methoden zoals het beleggen op de aandelen- of obligatiemarkt. Dat heeft stress tot gevolg, omdat niet meer kan worden uitgegaan van een relatief voorspelbaar rendement zoals bij een spaarrekening het geval was. Ook indien men de zorg voor later uitbesteed heeft bij pensioenfondsen, dan neemt de zorg toe in hoeverre de afdrachten in een verder weg gelegen toekomst nog zullen leiden tot een pensioenuitkering of dat het geld in een zwart gat werd gestort.

Voor velen echter is het zelf sparen geen eens meer een optie en wordt geld direct consumptief besteed, hetgeen ook exact één van de achterliggende doelen is van het rentebeleid: een continue stroom van consumptie en een drang naar economische groei om de groei. Er groeit een generatie jongeren op die het begrip van sparen niet eens meer kent: er is alleen nog maar de korte termijn zucht naar consumeren die resteert. Het besteedbaar inkomen van de Nederlanders is in de afgelopen decennia nauwelijks toegenomen, ondanks de economische groei (vanaf 2012).

Ontwikkeling besteedbaar inkomen

Economische groei vanaf 1999

Door een slim systeem van hoe de geprinte euro’s door het systeem vloeien is er een kleine elite die optimaal van deze kunstmatig opgepompte economie profiteert. De grote massa heeft een onzeker en instabiel inkomen en wordt in steeds grotere mate afhankelijk van de overheid gelet op de onmogelijkheid om zelfstandig een lange termijn planning te organiseren . 

Door het ECB-rentebeleid neemt ook de druk op de woningmarkt steeds verder toe. De hypotheekrente is weliswaar extreem laag, maar de prijs van woningen stijgt.

Naast de eerder genoemde vlucht in beleggingsproducten is een ander effect dat alternatieven gezocht worden voor het ontbreken van spaarrente en dat uit zich in het beleggen op de woningmarkt. En dat gebeurt in toenemende mate door mensen en organisaties van buiten de EU. Er dreigt een schisma tussen generaties: de ouderen, die nog ‘in de goede tijd’ ingestapt zijn versus de jongeren die nu met onbetaalbare prijzen voor woningen of  onbetaalbare huren van de speculanten en investeerders worden geconfronteerd.

Zal de rente nog lange tijd laag blijven, zoals Teuling betoogt? Mogelijk, maar QE (waar het rentebeleid een belangrijk ingredient van is) is als een medicijn dat aan een patient toegediend wordt, maar waarvan de werking op zeker moment niet meer aan zal slaan. Het natuurlijk systeem van de patient zal immuniteit opbouwen tegen kunstmatige stimuli. Zo zal het met QE uiteindelijk ook vergaan: de financiële en geestelijke druk op de burger wordt te groot, een ontwikkeling die momenteel al gaande is. In Frankrijk manifesteert de frustratie van de bevolking zich al zichtbaar op straat. Teulings geeft aan dat door een steeds groter aanbod van kapitaal vanuit de hoek van pensioenen de reële rente onder druk komt te staan. Maar dat grotere aanbod van kapitaal wordt toch echt veroorzaakt door de onweerstaanbare en onuitputtelijke zucht naar het printen van euro’s die uiteindelijk in de reële economie belanden en dan nergens anders voor geschikt blijken, dan deze direct consumptief te verteren.

Om de EU situatie met die van Japan te vergelijken is niet meer dan een gotspe omdat de EU de absolute tegenpool is van Japan: de sociale cohesie en geslotenheid van Japan, versus de verdeeldheid, onderlinge argwaan en open grenzen beleid binnen de EU. De uniformiteit en gelijkmatige economische spreiding versus de onbalans in productie en inkomen van Noord-Europa en de magere economische prestaties en bestuurlijke corruptie in het Zuiden en Oosten van de EU. 

Ja, het ECB-rentebeleid ís een bron van ellende waarvan de gevolgen in Nederland steeds zichtbaarder en voelbaarder worden. Voor de burgers in Nederland leidt het al tot steeds hogere kosten op gebied van elementaire uitgaven als de kosten voor huisvesting. De toekomst is onzeker en burgers verworden tot instant consumenten die een steeds grotere afhankelijkheid van de goedwillendheid van de overheid krijgen.

Omdat niemand binnen de ECB een vermoeden heeft óf en wanneer rente kan stijgen, zijn er weinig andere scenario’s denkbaar dat dit tot steeds grotere spanningen in Nederland gaat leiden. Op termijn resteert voor Nederland geen andere keuze dan de Eurozone te verlaten en onze economie op eigen kracht te herbouwen en vrijhandelszones met onze belangrijkste handelspartners te sluiten. Dat zal zeker een schok geven door onze verwevenheid met allerlei EU regelingen en wetgeving geven. Eerst zal er een periode van economische teruggang zijn. Maar het gevoel van eigenwaarde, identiteit, soevereiniteit en vertrouwen in een zekerder economische toekomst zullen het uiteindelijk winnen. Winnen van een eindeloos en uitzichtloos creëren en rondpompen van een waardeloze munt die  een kunstmatig opgeblazen economie ondersteunt, waarbinnen de burgers met een steeds lagere levensstandaard worden geconfronteerd.